Het Historisch Festival Scheveningen 2018 vind plaats op zaterdag 18 augustus, van 11.00 tot 17.00 uur, in het oude dorp van Scheveningen.

Podiumprogramma
Hoofdpodium (9)
11.00 – 11.15 uur Opening
11.15 – 11.45 uur Shantykoor Scheveningen
12.00 – 12.45 uur Dean and the Moonboys
13.00 – 13.30 uur Zanggroep Memories
13.45 – 14.15 uur Susanne de Rooij/Marilyn Monroe
14.30 – 15.15 uur Popkoor Rebound
15.30 – 16.00 uur Coba & haar Cobats
16.15 – 17.00 uur Pagaja

Oude Kerk (8)
10.00 – 11.00 uur Carillonbespeling
12.30 – 13.00 uur Schevenings Vissersvrouwenkoor
13.15 – 14.00 uur Lezing Peter van Dam
14.15 – 14.45 uur Schevenings Vissersvrouwenkoor
15.00 – 15.45 uur Shantykoor Scheveningen
16.00 – 16.30 uur Bart en/of Cornelis

Podium Jan Kistenstraat (5)
11.45 – 12.15 uur Klederdrachtpresentatie
12.30 – 13.15 uur Something Like Sunshine
13.30 – 13.45 uur Dialect Arie Spaans sr.
14.00 – 14.30 uur Quiet Colours
15.00 – 15.30 uur Hank & Cash
15.45 – 16.15 uur Philip Kroonenberg

Download het complete podiumprogramma + artiesteninformatie.

Taferelen
Adriaan Maas (1 & 11)
Na Jacob Pronk, die in 1818 het eerste badhuis van Nederland stichtte op Scheveningen, was een andere aanjager van het toerisme op Scheveningen Adriaan Maas.
Adriaan werd in 1816 geboren in Rotterdam. Nadat zijn vader in 1819 vermist raakte tijdens een zakenreis naar de Verenigde Staten verhuisde zijn moeder naar Scheveningen. Daar werd zij in 1828 de directrice van het Stedelijk Badhuis. Haar zoon Adriaan assisteerde zijn moeder bij haar werkzaamheden in dit badhuis en maakte zich bekwaam in het vak van hotelier en ‘badstoofhouder’.
Na wat strubbelingen met de gemeente, besloot Adriaan in februari 1844 zelf een pand te kopen. Dit hotel-restaurant droeg toen nog de naam ‘Heerenlogement’ en was al sinds omstreeks 1665 bekend op Scheveningen.
Adriaan bouwt het Heerenlogement uit tot een respectabel hotel annex badhuis voor zeebaden. Na de ‘groote veranderingen en verfraaijingen’ werd het Heerenlogement op 12 mei 1844 heropend als Badinrichting Zeerust. Het blijkt de eerste in een reeks gebeurtenissen waarmee Adriaan een belangrijke rol speelt voor het belang van Scheveningen.
Tijdens het Historisch Festival Scheveningen zal ‘Adriaan Maas’ tussen hotel Zeerust en zijn laatste woonhuis in de Keizerstraat (het huidige hostel Jorplace) wandelen en ondertussen vertellen over zijn leven.

De Leugenbank (2)
Op je gemak kijken naar de bedrijvigheid aan de haven. Even bijkletsen met andere (oud)vissers, maar ook de plek waar veel sterke verhalen over het vissersleven naar boven komen: de leugenbank.
Verschillende dorpen kennen het fenomeen van de leugenbank, het vroegste gebruik van de benaming is uit 1645. Het gaat altijd om een strategisch geplaatste bank, waar plaatsgenoten bijeenkomen. Het is een ontmoetingsplek, hier hoor je de laatste nieuwtjes en blijf je op de hoogte van het wel en wee van plaatsgenoten.
Door de jaren heen hebben veel locaties dienst gedaan als ‘leugenbank’. In 1931 kreeg Scheveningen een officiële leugenbank. Vlakbij de haven, onder het semafoor. De bank werd aan de gemeente geschonken door de bevolking van Scheveningen bij de opening van de tweede haven.
Naast enkele overdekte locaties waar (oud)vissers samenkomen kent Scheveningen tegenwoordig ook twee ouderwetse leugenbanken aan de haven. Beide staan aan de Dr. Lelykade, elk aan een zijde van de tweede haven. ‘De Doggersbank’ en de ‘De Klaverbank’, beiden vernoemd naar bekende zandbanken in de Noordzee, zijn erg geliefd onder de Scheveningers.
De leugenbank van het Historisch Festival Scheveningen is gesitueerd in de Keizerstraat, ter hoogte van de Marcelisstraat. Geen uitzicht over zee, maar wel goed zicht op de bedrijvigheid in de straat. Neem plaats en wie weet wat je allemaal te horen krijgt!

De Koninklijke Naaischool (3)
In de zomer van 1830 logeerden de prins van Oranje en prinses Anna Paulowna in het Stedelijk Badhuis te Scheveningen. De prinses voelde een diepe sympathie voor de plaatselijke vissersbevolking en kwam samen met de pachter van het Badhuis, mevrouw Dorothée Maas-Grand, tot het opzetten van een naaischool.
De Naaischool werd in het najaar van 1830 geopend en mevrouw Maas werd tot directrice benoemd. Prinses en later Koningin Anna Pauwlowna kwam tot haar dood in 1865 ieder najaar en voorjaar bij de opening en de sluiting van de naaischool op bezoek. De lessen werden in de wintermaanden gegeven als er niet gevist werd en de meisjes niet nodig waren om netten te breien en te repareren.
Op de school was plaats voor zo’n vijftig meisjes tot 12 jaar, bij voorkeur uit gezinnen waarvan de vader op zee was gebleven of door een ongeluk niet kon werken. De kinderen maakten kledingstukken, een deel mochten ze zelf houden en de rest werd op Koninklijke verjaardagen uitgedeeld aan de armste gezinnen op Scheveningen.
In 1930 werd het 100-jarige bestaan van de Naaischool nog groots gevierd, maar mede door het invoeren van de leerplicht was de naaischool inmiddels overbodig geworden. In 1937 viel definitief het doek voor de Koninklijke Naaischool op Scheveningen.

De Apotheek (4)
Het is 1894 als de 24-jarige Michiel den Heijer zijn apothekersdiploma behaald aan de universiteit van Leiden. Direct daarop volgen de nodige aanpassingen aan zijn ouderlijk huis in Scheveningen om als apotheek te worden ingericht. Geholpen door familie en vrienden was Apotheek den Heijer een feit. Den Heijer groeit uit tot een vraagbaak op technisch en hygiënisch gebied voor de Scheveningse bevolking.
Na enige jaren bleek de beschikbare ruimte in het woonhuis niet meer voldoende. Het werd gesloopt en aan de Keizerstraat verrees het nieuwe pand, waarin rekening werd gehouden met de steeds toenemende eisen die aan een apothekersbedrijf werden gesteld. Het was ook één van de eerste panden op Scheveningen met centrale verwarming, een grote zeldzaamheid in die tijd. Medio jaren ‘80 is het pand wederom aan een grote verbouwing onderworpen en heeft het zijn huidige uitstraling gekregen.
Michiel blijkt een zeer betrokken persoon te zijn geweest. “Een aangename sfeer heerscht steeds in de apotheek, want de assistenten en het overige personeel weten, dat de patroon niet alleen met hen medewerkt in het bedrijf, dat hij daar een goed raadsman is, maar dat hij ook belang stelt in hun huiselijk leven en lief en leef met hen deelt”, zo valt in de krant te lezen.
Ook in het maatschappelijk leven nam Michiel een belangrijke plaats in. Naast het bestieren van de succesvolle apotheek bekleedde hij tot op hoge leeftijd verschillende functies. Niet alleen op farmaceutisch gebied, maar hij was ook voorzitter van de Nutsspaarbank, de Stichting Scheveningen tot Viering van Nationale Gedenkdagen en de Vereniging Schevenings Belang. Hij werd onderscheiden tot Ridder in de Orde van Oranje Nassau.

De Herbergiers (6)
Al ruim voordat Jacob Pronk zijn befaamde badhuis stichtte trok het kleine vissersdorp al de nodige
bezoekers. Logementen of herbergen gaven de bezoekers een plek om te overnachten én een warme
maaltijd met het nodige bier te nuttigen.
Vanaf begin 1800 zwaaien een aantal katholieke families (Van Bleiswijck, Van der Lubbe, Waterreus, Hoogeveen) de scepter over diverse goedlopende logementen/herbergen op Scheveningen. Twee van die logementen zijn De Romein en De Zon, beide gesitueerd tegenover elkaar aan het eind van de Keizerstraat, waar tegenwoordig de Subway en de ING Bank gevestigd zijn.
Op het Historisch Festival Scheveningen komen de Scheveningse herbergiers bij elkaar in ‘Logement YMCA’ (Keizerstraat 58), waar zij onder het genot van een drankje pochen over hun zaken, wedden op de door hun georganiseerde paardenraces en de laatste nieuwtjes uit het dorp bespreken. De overige bezoekers van het logement kunnen ondertussen proeven van het heerlijke ambachtelijke bier van Brouwerij Scheveningen.

De Volksgaarkeuken (7)
De gaarkeukens werden aan het eind van de 19e eeuw geïntroduceerd als goedkope eetgelegenheid voor de arbeidersklasse. Voor slechts enkele centen kon men terecht voor een warme voedzame maaltijd en een flinke kan bier.
De eerste Haagse Volksgaarkeuken werd op 14 januari 1870 geopend aan de Zwarteweg. In Scheveningen was de Volksgaarkeuken gevestigd aan de Keizerstraat 60. Daar was ook een ‘burgerhotel’ gevestigd, waar overnacht kon worden.
Begin 1900 beginnen de Haagse Volksgaarkeukens verlies te lijden. Dit werd niet alleen veroorzaakt door werkloosheid, maar ook door concurrentie van kleine restaurants en kiosken, waar men goedkope porties kon krijgen. Nog voor het begin van de Eerste Wereldoorlog in 1914 sloten de Volksgaarkeukens, die onderdeel waren van de ‘s-Gravenhaagsche Volksgaarkeukens, hun deuren.
Eetcafé De Maatschappij verzorgt de soep in de Volksgaarkeuken tijdens het Historisch Festival Scheveningen. Een vrijwillige donatie wordt op prijs gesteld! De opbrengst komt geheel ten goede aan KNRM Scheveningen.

De Scheveningse Vijfling (8)
Het verhaal van de Scheveningse vijfling begint met de moeder Kniertje Gerbrants de Wit. De in 1686 geboren Kniertje trouwt eind 1709 met Willem Cuijper. Helaas slaat het noodlot toe en nog geen jaar later verdrinkt de stuurman op zee. Enkele maanden later bevalt de jonge weduwe van een tweeling. In 1714 hertrouwt Kniertje met 26-jarige Simon Ariëns Roosendal. Kort na dit huwelijk, in 1715, brengt zij wederom een tweeling ter wereld.
Eind 1718 is de dan 32-jarige Kniertje wederom zwanger en het vermoeden bestaat dat er weer meer dan één kind gebaard zal worden. Tot grote verrassing van iedereen blijkt Kniertje ditmaal vijf kinderen te dragen! Op 5 januari 1719 bevalt zij van vijf meisjes. Eén van de vijf voldragen meisjes wordt doodgeboren. De andere vier zusjes leefden slechts één dag.
De geboorte van de vijfling was groot nieuws. De toeloop op huisje van de familie Roosendal was enorm. Er werd daarom besloten om de vijfling zo lang als mogelijk was boven de grond te houden, zodat iedereen die dit wenste een kijkje kon nemen. De nieuwsgierige kijkers betaalden de ouders om de overleden vijfling te kunnen zien.
Na 44 dagen werden de vijf lijkjes begraven in de Oude Kerk aan de Keizerstraat. Daar is de grafsteen van de vijf nog steeds te zien. Op de steen van circa 79 bij 79 centimeter is de tekst te lezen: ‘Hier rusten onder dese steen vyf kinderen al volmaakt van leen teeender dragt ook tsaam geboren uyt Kniertje Gerbrands kan men horen anno 1719/2/18’.

Branden op Scheveningen (10)
Begin 1900 wordt Scheveningen opgeschrikt door twee enorme branden. Zaterdagavond 5 oktober 1901 worden rond 22.30 uur vlammen waargenomen in de zuidwestelijke vleugel van de Rademaker Chocoladefabriek aan de Havenkade. De brandweer wordt direct gewaarschuwd, terwijl agenten van het politieposthuis aan het Gevers Deynootplein al ter plaatse zijn met een handspuit. Dit mocht niet veel baten, want wanneer de spuitgasten arriveren bij de fabriek staat de gehele zuidwestelijke vleugel al in lichtelaaie. Ondanks een grootschalige inzet kon niet worden voorkomen dat een groot gedeelte van de fabriek in vlammen op ging.
Een kleine drie jaar later was het raak in het dorp. In de nacht van donderdag 5 op vrijdag 6 mei 1904 breekt er rond 4.30 uur een uitslaande brand uit in de pakhuizen van de reders J. en P. de Mos in de Weststraat. Alle pakhuizen en rokerijen van reders De Mos gaan bij de brand verloren. Daarbij ging ook de hele haringinventaris, uitgerust voor drie loggers en zes bommen, in vlammen op.
Maar hiermee was het leed nog niet geleden, het vuur was rond 5.30 uur overgeslagen naar de nabijgelegen pakhuizen van reder A. Hoogenraad. Ook deze gebouwen werden door het vuur vernietigd. De aanwakkerende wind bemoeilijkt de bestrijding van de brand. “Daarna werden de perceelen van C. den Dulk, het pakhuis van den reeder Pronk, zoomede vier woningen, toebehoorende aan den heer De Niet, door de met den opgestoken wind aangewakkerde vlammen aangegrepen”, zo vermeldt De Telegraaf. Pas tegen 9.00 uur krijgt de brandweer het vuur onder controle, toen was al zo’n 20.000 m2 verwoest door de vlammen.
Op de Kalhuisplaats komt Stichting Historisch Brandweer Materieel laten zien met welk materiaal toentertijd de vlammen werden bestreden. Ook kunnen kinderen als echte spuitgast op de foto!

Historisch Strand (12)
De populariteit van Scheveningen als badplaats neemt in de 19e eeuw een duikvlucht, maar ook daarvoor bleek het vissersdorp een behoorlijke aantrekkingskracht te hebben op de hoge dames en heren uit Den Haag. Nog voor de Allerheiligenvloed in 1570, waarbij bijna de helft van het dorp weg werd gespoeld, zijn er al zes herbergen op Scheveningen waar gasten uit den vreemde konden overnachten.
En hoewel er van alles te zien en te beleven was op het Scheveningse strand, van imposante schepen tot aan de curieuze visvangsten die zij aan wal brachten, waren deze toeristen ook op zoek naar vertier. Venters, ezeltjes en plezierscheepjes vonden hun weg naar de Scheveningse kust. Ook werden strandstoelen en schoppen verhuurd. Het strand was én is nog steeds ‘big business’.
Tijdens het Historisch Festival Scheveningen kunt u op de boulevard de sfeer van het strand van toen proeven. Met chique dames en heren die flaneren, badvrouwen en -mannen die hun bijstaan tijdens het baden, echte ezeltjes én om 12.00, 14.00 en 16.00 uur een badmodeshow.

Het Vissersgezin (14)
Het vissersgezin is al eeuwenlang de hoeksteen van de Scheveningse samenleving. De harde werkers hadden een zwaar bestaan waar het noodlot geregeld toesloeg. De gezinnen bestonden doorgaans uit een veelvoud aan kinderen, meer dan tien was niet ongebruikelijk, en woonden in de 19e eeuw en het begin van de 20ste eeuw in zo genoemde slopjes met simpele vissershuisjes.
De huisjes bestonden vaak uit slecht één kamer met daarboven een zolder. Koken, leven, slapen: het vond allemaal plaats in dezelfde ruimte. En met een kamer van iets meer dan 4 bij 3 meter had je al een uitzonderlijk ruime woning!
Een toilet, of privaat, en waterleiding was een onvoorstelbare luxe die in deze woningen niet aanwezig was. Per hofje was er vaak slechts één privaat die gedeeld moest worden met de hele buurt. Water kreeg men buiten aan de pomp, die ook weer gedeeld moest worden met de rest van de bewoners van het slopje.
Wanneer de mannen op zee waren, hielden de vrouwen het gezin draaiende. De Dood klopte geregeld aan in de hofjes. Kinderen die de volwassenen leeftijd van 21 bereikten waren vaak maar op één hand te tellen. Was het niet door ziekte, dan was het wel de zee die steeds maar weer nam.

De Wasplaats (16)
Tegenwoordig heeft bijna iedereen een wasmachine. Stapeltje kleren erin, wasmiddel erbij, een druk op de knop en de machine doet al het werk. Vroeger was dat wel anders. De was was harde arbeid. Voor het wassen was zelfs één hele dag uitgetrokken waarbij de hele buurt zijn was deed: maandag was wasdag.
De was werd op zondag uitgezocht en in de week gezet. De dag erna, wasdag, moest er allereerst heet water gehaald worden bij de waterstoker, daarna ging de was in een grote houten of zinken teil en werd deze geschrobd op het wasbord met een harde wasborstel en zeep.
Het witte goed werd eerst gespoeld, daarna volgde de bonte was. Tot slot werd de was buiten over droogrekken gehangen. In de zomer droogde de was vlot, maar in de winter werd het vaak stijf van de vorst binnen over een rekje voor de kachel gehangen.
Gelukkig kwam aan deze zware arbeid een einde met de komst van de langzaamwasser aan het eind van de jaren ‘50. Deze werd later opgevolgd door de wasautomaat die niet meer weg te denken is uit de moderne huishouding.

De Vismarkt (18)
Voor 1905 werd de gevangen vis op het strand verhandeld. De klinker waarschuwde het dorp dat er nieuwe vangst aan land was gebracht en geïnteresseerden spoedden zich naar het strand. De vis werd in manden te kijk gezet, de fijnere soorten werden in vierkanten op het strand gelegd en ondermaatse vis werd als mest voor het land verkocht.
Als de stokhouder, de afslager en de naschrijver op het strand waren gearriveerd, kon de visafslag beginnen. De stokhouder wees met zijn stok een partij vis aan en de afslager riep dan in hoog tempo het aantal stuivers in een afdalende reeks. Als iemand ‘mijn’ riep was hij de koper. De afslager noteerde dan zijn naam en de naschrijver maakte van elke koop een briefje.
Nadat de vis was verkocht, werd deze over het algemeen te voet vervoerd naar de plaatselijke vismarkten. Van het Scheveningse strand ging de meeste vis naar de Haagse binnenstad waar diverse vismarkten waren.
Met de komst van de eerste Scheveningse haven mocht vanaf 1905 de vis niet meer op het strand geveild worden en moest dit aan de haven gebeuren. Al snel klaagden vissers dat hier niet voldoende ruimte voor was op de kades. Om aan de klachten tegemoet te komen werd in 1911 voor de veilingen een loods als visafslag in gebruik genomen, deze werd echter ook al snel te klein gevonden. In 1935 werd daarom een grote visafslag in gebruik genomen aan de Dr. Lelykade.
Vishandel De Lange presenteert de Vismarkt op het Historisch Festival Scheveningen. Stichting Noordzeevis uit Scheveningen is aanwezig om uitleg te geven over de verschillende soorten vis.